Met deze kantine reikte men verder dan de regionale pers: 'zaterdag 4 april (Red. 1964) was voor Sportclub Genemuiden een blijde dag, want voorafgaande aan de thuiswedstrijd tegen de 's-Gravenzandse S.V. opende deze club haar nieuwe kantine annex clubhuis. Onze West Il-medewerker, die als neutraal grensrechter aan de blauw-gele club uit 's-Gravenzande is verbonden, was gelukkig van deze opening getuige, anders hadden wij van dit gebeuren misschien nooit iets geweten.
Nadat beide elftallen, voorafgegaan door de scheidsrechter in tenue de nieuwe clubtent waren binnengemarcheerd nam de voorzitter van Sportclub Genemuiden het woord. Hij zei verheugd te zijn over de totstandkoming van dit clubhuis, waardoor Genemuiden nu ook haar gasten kon ontvangen. Na alle medewerkers bedankt te hebben die aan de bouw hadden meegewerkt, sprak hij de hoop uit, dat velen gebruik zouden maken van de gelegenheid om honger te stillen en dorst te lessen middels een bezoek aan deze kantine, want eventuele winst zal Genemuiden niet ongelegen komen, temeer daar men ook plannen heeft om nieuwe kleedlokalen te bouwen'.
Met die winst zat het vanaf het begin wel redelijk goed en secretaris Jan van Dalfsen schreef in het overzicht van dat seizoen dan ook: 'alhoewel wij al onze kasmiddelen aan moesten spreken om de kantine te kunnen bouwen, is het besluit van het bestuur een zeer goed besluit geweest, want vanaf de opening in april 1964 is door het publiek een druk gebruik gemaakt van dit gebouw'.
Geldgebrek
Hoe prettig het ook zat op het door de supportersvereniging geschonken meubilair, de winsten waren toch niet zodanig, dat men tot een snelle realisatie van de kleedkamers kon komen, tot welke bouw in november 1964 besloten was. Integendeel, het werd een slepende kwestie en daarom besloot de supportersvereniging niet te wachten met het aanbieden van een geluidsinstallatie -een al jaren op het verlanglijstje staande bestuurswens -hoewel dat cadeau beter bij de opening van de bestuurskamer gepast zou hebben.
In januari 1965 werd de vergunning tot de bouw van de kleedkamers ingediend en veertien maanden later, we schrijven dan maart 1966, kwam deze 'al' af.
Hoe traag ook, toch had de gemeente deze keer sneller gewerkt dan Sportclub zelf, want de financiering was op dat moment nog steeds niet rond; het bedrag van 8.000, waarover men de beschikking had -5.000, subsidie van de provincie en 3.000, renteloos voorschot van de gemeente -moest met nog ongeveer 20.000, aangevuld worden.
Ondertussen werd op 18 juni 1966 's morgens vroeg begonnen met de bouw. Twaalf Uur 's middags lag de vloer, dankzij een twintigtal actieve leden.
De voltooiing van de werkzaamheden ging door de benarde financiële positie van Sportclub zeer, zeer langzaam. Pas na de winter van 1967/68 waren de kleedkamers zo ver afgewerkt, dat ze in gebruik genomen konden worden, overigens zonder dat er douches in zaten!!!
Aan deze 'uit hygiënisch oogpunt minder gewenste situatie' (Sportclub Nieuws) kwam gelukkig nog voor de kompetitie 1968/69 een einde, vooral dankzij de supportersvereniging die 1.700, neerlegde voor de broodnodige douches.
Prestaties op de mat
Het seizoen 1964/ 65 leek voor Sportclub catastrofaal te worden: na vijf wedstrijden stonden de groen-witten hopeloos onderaan met nul punten en 1-12 als doelcijfers. Spijkerman en zijn T.C. wisten duidelijk niet wat ze er mee aan moesten, want in de eerste drie thuiswedstrijden hadden er al tien verschillende spelers in de voorhoede gestaan. Tenslotte werd er een elftal geformeerd dat wel tot successen kwam, vooral ook omdat het doelpunten maken ineens veel minder problemen opleverde. Niet onbelangrijk in dit elftal waren Herman Jansen als schotvaardige spits en Walther van der Haar als spelmaker.
Twintig punten uit vijftien wedstrijden brachten Sportclub op de zesde plaats met de doelcijfers 34-32.
Daarna kwam er echter weer een beetje de klad in en toen bleek, dat Jansen ondanks zijn dertien goals de T.C. niet had kunnen overtuigen: hij moest wijken voor Henk van Dalfzen, die na lange tijd geblesseerd te zijn geweest eerst enkele weken rechtsbuiten had gespeeld en vervolgens als midvoor werd opgesteld. Ook Walther van der Haar verloor zijn spelbepalende plaats in het elftal; hij werd 'gedegradeerd' tot rechtsbuiten.
Sportclub verloor als gevolg van deze ingrepen (?) zijn subtoppositie en beëindigde de kompetitie als tiende met 23 punten uit 26 wedstrijden.
Interessant in dit verband is misschien, dat Walther van der Haar ruim vijf jaar later als speler van het derde elftal bij een enquête van Sportclub Nieuws door de lezers goed genoeg bevonden werd om... de linksbinnenplaats in het eerste te bezetten! Opnieuw slechte start
Het volgende seizoen, toen Sportclub weer ingedeeld was in de noordoostelijke afdeling, startten de groen-witten weer zwak met nederlagen tegen Excelsior en Workum. Daarna volgde echter een opmerkelijk herstel door twee forse overwinningen op resp. ONS (6-1) en ON Groningen (6-0).
Toch was er aan het einde van het seizoen 1965/66, het laatste seizoen van trainer Spijkerman, slechts een vijfde plaats weggelegd voor Sportclub Genemuiden. In 20 duels veroverde men 21 punten.
Terug op oude nest
Zeer optimistisch begon men in Genemuiden aan het seizoen 1966/67. Reden voor dit optimisme was de terugkeer van Harm van Dalfzen op het oude nest na zeven jaar PEC, Veendam en KHC.
Harm bracht bovendien van KHC trainerjan de Roos mee, de man die Sportclub in het verleden zes keer kampioen had gemaakt in zeven seizoenen.
En werkelijk, na vier competitiedagen kon De Stadskoerier melden: 'sportclub nu aanvoerder van ranglijst'. Nederlagen tegen ON Groningen en VTT deden Sportclub en haar supporters weer met beide benen op de grond staan.
Het uiteindelijke resultaat was evenwel beter dan sinds vele jaren en de vierde plaats achter respectievelijk WHC ( onbedreigd kampioen met 37 uit 22), SVWZ en ON gaf zeker hoop voor de zo belangrijke naaste toekomst; Belangrijk in verband met de in te stellen eerste klasse.
Na dat seizoen moest Sportclub echter verder zonder twee erkende vedetten: Henk van Dalfzen en Willem van Dijk speelden tegen SVZW hun laatste wedstrijd in het eerste. Net als veel 'groten' konden ze bij hun afscheidswedstrijd niet het zoet der overwinning smaken; Sportclub verloor thuis met 2-1.
Kritische begeleiding
Ondertussen werden de verenigings activiteiten sinds het voorjaar van 1966 kritisch begeleid door Sportclub Nieuws.
Wolter Eenkhoorn, jaap Klasen en Willem Terink besloten in maart van dat jaar, ruim drie jaar nadat de laatste Sportclub Nieuws verschenen was, het belangrijke werk van het redigeren van het clubblad op zich te nemen. Hun doelstelling bij dat werk was 'minder onschuldig' dan die van de redactie uit de vijftiger jaren: 'Onze lezers op de hoogte houden van het wel en wee inzake Sportclub Genemuiden en van de voetbalsport in zijn totaliteit. M.a.w. de redactiecommissie is voornemens zowel de negatieve als de positieve zaken van de voetbalsport en haar nevenverschijnselen te belichten.
We hopen door deze werkwijze een vruchtbare bijdrage te mogen en te kunnen leveren aan de bloei van de voetbalsport met al haar facetten en uiteraard -zonder nu van chauvinisme beticht te kunnen worden -aan de meerdere glorie van onze eigen vereniging. In een vergadering met de nieuwe redactieleden keurde het bestuur deze doelstelling met algemene stemmen goed en werd besloten dat uitsluitend de redactie verantwoordelijk was voor de inhoud, voor zover het niet ging om ingezonden stukken.
Hieruit mag duidelijk blijken, dat de redactie een grote mate van zelfstandigheid verkreeg.
Vergelijken we dit met de situatie van 'de periode-jan van Rees', dan was er een zeer groot verschil. Toen een versmelting tussen redactie en bestuur in de persoon van Van Rees.
De 'nieuwe' situatie bracht met zich mee, dat kritiek op het beleid van het bestuur en op de TC een wezenlijk onderdeel van Sportclub Nieuws werd.
Zo werd na een zware 5-1 nederlaag in Wezep tegen WHC de TC verweten een doelman opgesteld te hebben die nooit opgesteld had mogen worden. Overigens kwamen bij die kritiek op de TC niet alleen incidenten aan de orde. Het wijzen op het feit, dat binnenkort een eerste klasse ingesteld zou worden en dat het daarom noodzakelijk was, dat de TC een beleid uitstippelde, dat Sportclub kans op promotie bood, werd in de jaren voorafgaande aan die instelling van de eerste klasse een stokpaardje van de redactie. Steeds weer vroeg de redactie om verjonging van de selectie, steeds weer werden plannen geopperd om jongeren ervaring op te laten doen in het tweede elftal, of in vriendschappelijke wedstrijden van het eerste.
Het bestuur, dat ondertussen geleid werd door Henk Klaver (voorzitter), jan Fuite ( secretaris) en jan van Dalfzen (penningmeester) werd onder meer verweten geld over de balk te gooien -de stand van boetes in verband met een onnauwkeurige ledenadministratie I werd nauwgezet bijgehouden en ook de trage kleedkamerbouw werd beschouwd als een weinig accuraat bestuursbeleid.
Voorzitter Klaver reageerde in het januarinummer van 1967 zeer fel op deze 'beschuldigingen'. Wel erkende hij dat er fouten gemaakt waren, maar hij schreefverder: 'Het bestuur ontving veel kritiek. Het is goed dat men het bestuursbeleid van het voorbije jaar kritisch overziet, maar de kritiek van Sportclub Nieuws moet schijnbaar de lezer overtuigen dat men alleen stil moet staan bij de beleidsfouten en voorbij moet gaan aan de behaalde resultaten'.
De opmerking van de redactie, dat de onderhandelingspositie van het bestuur tegenover de gemeente over een eventuele huurverhoging ondermijnd zou kunnen wor den door een minder accuraat financieel beleid, ontlokte Klaver de volgende tekst: 'Minder geschikt voor publicatie vond ik evenwel de opmerking van de redactie, dat de onderhandelingspositie door deze gang van zaken uiterst zwak zou worden.
Het is lang niet denkbeeldig dat, nu de huurverhoging is voorkomen, deze publicatie een zware na dreun kan geven in de toekomstige onderhandelingen.
Waar gehakt wordt vallen spaanders, wil de redactie er voor zorgen dat er na bedoeld artikel geen bomen vallen???'
Ter verklaring van de kritische begeleiding van het financiële beleid is het noodzakelijk te weten, dat tweederde deel van de redactie tevens lid was van de reclame kommissie, die allerlei acties op touw zette om geld in de Sportclub-la te brengen. Overigens was er ook zeer veel 'wel' in ons clubblad te lezen: voetbaltechnisch verantwoorde artikelen, veel wetenswaardigheden over het eerste en haar tegenstanders, iets over het jeugdleiderschap, enquêtes onder spelers en lezers, enz. enz. Optimisme
Uit een van die enquêtes bleek, dat spelers en begeleiding het seizoen 1967/68 optimistisch tegemoet zagen: 'Dirk Beens twijfelt er niet aan of Sportclub wordt kampioen. Dit zal voornamelijk te danken zijn aan de goede mentale instelling en de goede training die men momenteel krijgt.'
Dat laatste sloeg op de training van speler-trainer Dick van Ekeren en vooral op het feit, dat Sportclub er eindelijk toe overgegaan was twee keer in de week te trainen.
Ondanks drie ex-PEC'ers (Dick van Ekeren, Harm van Dalfzen, Jos van der Haar) konden de groen-witten de voorspelling van de latere Sportclub preses niet waar maken. Een voortreffelijk begin -overwinningen op VVOG (2-0) en DOSK (2-1), een gelijkspel tegen WVF (1-1) en weer winst op GVVV (1-0) -werd gevolgd door twee nederlagen, tegen SVZW (3-4) en DES (0-1). Daarmee was Genemuiden het contact met de kopgroep kwijt en in de eindstand reikte men niet verder dan een gedeelde vijfde plaats, o.a. achter VVOG en GVVV.
Langzamerhand begon men het geloof in de onmiddellijke toekomst van Sportclub te verliezen door steeds weer matige prestaties van het eerste elftal, door de moeilijkheden in verband met de velden en door de immer zorgelijke financiële omstandigheden.
Onveranderd
Aan het einde van het seizoen 1967/68 kon men 'vieren' dat het eerste terrein één jaar
geleden was afgekeurd, zonder dat er ook nog maar iets aan verbetering gedaan was. Hieruit moet men niet concluderen, dat er in dat laatste seizoen helemaal niet op dat veld gevoetbald was. Als Pluvius zich een tijdje koest gehouden had, werd er nog wel eens een wedstrijdje op gespeeld.
Overigens was in het vroege voorjaar van 1967 al getracht Sportclub wat soelaas te bieden door te trachten het trainingsveld tot een noodterrein te maken. Daartoe hadden leden de beplanting rondom het oefenterrein verwijderd. In het julinummer van Sportclub Nieuws van dat jaar moest voorzitter Klaver helaas constateren, dat 'het trainingsveld als voetbalveld onbruikbaar was gebleken'.
Verder verweet hij de gemeente, dat zij haar toezegging het eerste veld en het trapveldje in goede staat te brengen niet was nagekomen: 'Er is niets, maar dan ook n i e t s gedaan, en dat terwijl van bestuurszijde keer op keer -tot vervelens toe -is aangedrongen op beschikbaarstelling van meer speelruimte, verbetering van het hoofdterrein, verruiming en verbetering van het trainingsveld en. ..beschikbaarstelling van een derde veld.'
Uit de manier waarop Sportclubs eerste man een en ander naar voren bracht kan men constateren, dat hij nauwelijks durfde hopen op een snelle realisatie van een derde terrein, hoewel B. en Wal vanaf 1964 die zaak 'bestudeerden' en hoewel zij diverse malen in de raad toegezegd hadden plannen te maken voor de aanleg van een derde sportveld, zodat men die plannen op elk gewenst tijdstip uit de 'ijskast' zou kunnen halen.
Keer ten goede
Langzamerhand ging er daarna iets veranderen. In de eerstvolgende raadsvergadering werd besloten een trapveld aan te leggen naast het voetbalveld, ongeveer op de plaats van de huidige tennisbaan. Dat veldje kreeg een drieledige taak: het moest een opvang zijn voor de 'ongeorganiseerde' jeugd, het zou als trainingsveld kunnen dienen -enige maanden later werden er door de gemeente dan ook lichtmasten geplaatst -en het zou als juniorenveld gebruikt kunnen worden.
Doelend op de eerstgenoemde taak sprak voorzitter Klaver later over 'gedeelde vreugde is halve vreugde', maar toch was men in Sportclubkringen niet ontevreden over het bereikte.
Ronduit enthousiast was men toen burgemeester Lieuwen in zijn nieuwjaarsrede van 1968 stelde: 'De plannen voor verbetering van het oudste veld, door de Heidemij opgesteld, wachten op rijkssubsidie en uitvoering in DACW-verband.Gezien de aan deze verbetering verbonden kosten moet uitvoering buiten dit verband, dus alleen op gemeentekosten, een niet haalbare zaak worden geacht. Nu wellicht met ingang van deze maand nieuwe rijksgelden voor doeleinden als deze beschikbaar komen, zal tot het uiterste moeten worden getracht onderhavige verbetering ten uitvoer te brengen: Hoewel een en ander toch nog anders uitpakte -de Heidemij verklaarde zich bereid het werk uit te voeren voor een prijs die overeenkwam met de kosten bij uitvoering in DACW-verband omdat voorgaande verbetering slecht was uitgevoerd.
Maandag 17 juli 1968 kwam er in de 'continuing story' van het eerste veld weer echte actie: nadat twee (!) zendingen draineerbuisjes waren afgekeurd door gemeentewerken werd met de werkzaamheden begonnen.
Gevolg was natuurlijk wel dat de negen Sportclubteams voor het volgende seizoen slechts de beschikking hadden over één normaal veld en een noodveld, dat slechts goedgekeurd zou worden voor de B en C-junioren en voor de wewelpen en pupillen.
Voor het seizoen 1968/ 69 lagen er voor het bestuur nog genoeg problemen dus; problemen die in aantal en omvang alleen maar zouden toenemen tijdens dat seizoen. Conflicten
Overigens was in het seizoen daarvoor al gebleken, dat het enigszins rommelde binnen de vereniging.
Allereerst waren er de uitlatingen van eerste elftalspeler Dick Driessen die de eenheid binnen de hoofdmacht van Sportclub ter discussie stelden. N a een uitgebreid onderzoek door het bestuur en strafcommissie werd Driessen tenslotte geschorst tot het einde van het seizoen 1967/68.
Ook binnen het bestuur en zelfs binnen het dagelijks bestuur waren er allerlei tegenstellingen te constateren. Zo kon het gebeuren, dat bepaalde besluiten niet uitgevoerd werden, doordat ze getraineerd werden, of soms zelfs geheel genegeerd door de met de uitvoering belaste man.
De onenigheid binnen het bestuur kreeg een triest hoogtepunt toen penningmeester Jan van Dalfzen bedankte naar aanleiding van een conflict, dat nooit een conflict had mogen (en onder normale omstandigheden had kunnen) worden. Na vele jaren totowerk ten huize van de penningmeester mocht de kommissie aan mevrouw van Dalfzen geen plant aanbieden op kosten van de vereniging.
Toen Van Dalfzen enige tijd later de rekening van een aan alle bestuursleden aangeboden Kerstpresentje thuisbezorgd kreeg -een zaak die niet in het bestuur besproken was -was dit voor hem de druppel die de emmer deed overlopen en besloot hij zijn termijn ( tot en met 1968/69) niet vol te maken.
Veel minder verborgen bleef de tweedracht tussen het moeizaam draaiende eerste elftal en haar T.C. en de T.C.2 met het groots presterende tweede team in het seizoen 1968/69.
.De hunkering van de T.C.1 naar verjonging en inzet had bijv. Harm van Dalfzen en jos van der Haar naar het tweede plan verdrongen. Hoewel van veel kanten instemming met deze handelwijze werd betoond (Sportclub Nieuws: 'Sportclub deed het lang niet slecht in de oefenwedstrijden, al is het nog lang niet zodat we nu de vlag in de top gaan hangen. Met name de wedstrijd tegen WHC was er een van goede kwaliteit, met van beide zijden een hartverwarmende inzet') bleek in de kompetitie al snel, dat de weg naar de eerste klasse nog niet gevonden was. Gevolg van dit alles was, dat dan weer deze en dan weer die speler mocht komen opdraven.
Verder leverde het in Sportclub Nieuws een artikel op, waarin voorzitter Klaver openlijk de T.C. bekritiseerde. Daarbij ging het hem vooral om de manier waarop met mensen omgesprongen werd: 'Denk daarbij ook eens in het mentale vlak, een speler kan gevoelig zijn voor al te veelvuldig voorkomende 'promotie' of 'degradatie'. Dit heeft een remmende invloed op het prestatievermogen. Een speler kan zich voelen als een 'boemerang', onbegrijpelijk weggegooid en even later op dezelfde plaats terugkomend'.
Mogelijk ook als gevolg van de door Klaver verfoeide handelwijze kon T.C.-Iid Cor van Dijk op 2 februari 1969 slechts met de allergrootste moeite iemand vinden, die bereid was een opengevallen plaats in het eerste elftal op te vullen in de uitwedstrijd tegen Urk: na twee uur nijver bezig zijn had hij eindelijk iemand! Hij kreeg overigens welloon naar werken, want het leverde de eerste uit-overwinning van dat seizoen op ( 1-0).
Verplicht twee keer trainen
De matige prestaties van het eerste elftal hadden ook tot gevolg, dat midden in het seizoen besloten werd, dat de onder de T.C.1 vallende spelers twee keer in de week moesten trainen, dit na een bijeenkomst met die spelers.
jan van der Haar besloot daarop uit de boot te stappen, teneinde zijn tweede hartstocht, de volleybalsport te kunnen blijven beoefenen. Dankbaar lijfde de T.C.2 de voetballer-volleyballer in.
Hiermee was weer nieuwe conflictstofgeschapen. De T.C.1 eiste van het bestuur dat 'janneman' buitenspel gezet zou worden. Pogingen van het bestuur om dit van de T.C.2 gedaan te krijgen faalden. Vandaar dat deze kommissie aan het eind van het seizoen laconiek en tevreden kon melden: 'Het voetbaljaar 1968/69 is voor de lagere elftallen van Sportclub suksesvol geweest. Niet alleen het tweede werd kampioen, doch ook het vierde elftal was voor de eerste keer in haar geschiedenis kampioen van haar afdeling. Bovendien werd het tweede bekerwinnaar van de Afdeling Zwolle der KNVB.
Een enkele keer kreeg onze kommissie het aan de stok met het bestuur en de eerste Elftal kommissie over het al dan niet opstellen van spelers die uit het eerste gezet waren (wegens niet trainen e.d.), doch ook deze moeilijkheden behoren tot de verleden tijd'.
Eenheid hersteld
Nog voordat op 21 juni 1969 het tweede de 'double' via een 2-0 overwinning op Dedemsvaart tot een feit maakte, was de eenheid hersteld. Dit was vooral de verdienste van de per 1 juni als trainer benoemde Helmut Barneveld
Vrijwel meteen na zijn benoeming riep hij alle eerste en tweede elftalspelers, alsmede de talentvolle jongeren bijeen in de kantine om hen te vragen privé-belangetjes opzij te zetten voor het grote Sportclubdoel voor het seizoen 1970/71: promotie naar de nieuw te vormen eerste klasse.
Dit appèl had tot gevolg, dat reeds in de laatste wedstrijden van het nog lopende seizoen enkele tweede elftalspelers ingezet konden worden in het eerste, ondermeer in de na strafschoppen verloren bekerwedstrijd tegen Lunteren.
Laat
Deze bundeling van krachten kwam natuurlijk juist in verband met de instelling van de eerste klasse veel te laat. Sportclub Nieuws was een roepende in de woestijn gebleken; een verantwoord technisch beleid was niet tot stand gekomen en Barnevelds taak was wel een zeer ondankbare: in enkele vriendschappelijke wedstrijden een elftal formeren, dat in de (interregionale) kompetitie tenminste vierde zou moeten worden. De eerste vier plaatsen gaven nl. recht op promotie.
Daartoe nam Barneveld de taak van trainer-coach op zich. Dat wil zeggen, dat de T.C.1 alleen nog maar een adviserende taak had; de opstelling van het eerste elftal was uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de Kamper oefenmeester.
Door het feit, dat sommige spelers een stapje terug moesten -verschillende spelers van het succesvolle tweede kregen een vaste plaats in het eerste -kreeg hij meteen zijn eerste 'vijanden'. Overigens had de tot adviescommissie gedegradeerde T.C., bestaande uit Dirk Beens en Cor van Dijk, een vrij grote stem, vooral toen de resultaten bleven tegenvallen.
Naar derde klas
In twee fasen voltrok zich daarna de afgang van Sportclub Genemuiden. De groenwitten openden het seizoen 1969/70 met vier nederlagen. Daarna volgde met vijf punten uit drie wedstrijden een kleine opleving, maar vijf nederlagen op rij brachten Sportclub vervolgens gevaarlijk dicht in de buurt van de rode lantaarn
Pas na de achttiende wedstrijd, de thuiswedstrijd tegen Urk die een 1-0 zege opleverde, kon De Stadskoerier melden, dat het degradatiegevaar geweken was. Aan het eind van het seizoen had men slechts twaalf punten vergaard en had men geen moment ook maar hoop kunnen koesteren op promotie.
De critici hielden zich dat jaar trouwens opvallend rustig en onder het motto 'uithuilen en opnieuw beginnen' werd dat seizoen beëindigd. De enige verandering in de technische begeleiding was misschien, dat de adviescommissie een wat grotere stem in de opstelling van het elftal kreeg.
De storm van kritiek stak wel op, toen Sportclub in het volgende seizoen voor de tweede keer in haar bestaan degradeerde. De eerste keer was na het seizoen 1931/32 overigens op vrijwillige basis. Op 26 februari 1971, wrang genoeg in het seizoen, waarin Sportclub zijn 40-jarig jubileum had gevierd viel voor Sportclub het doek. Toen werd de al vanaf het begin van de kompetitie dreigende degradatie een feit door een 3-0 nederlaag in de uitwedstrijd tegen het Barneveldse SDVB.
Sportclub kon in dat seizoen slechts acht keer een nederlaag ontlopen en er werd maar één overwinning geboekt, nl. in Amersfoort tegen CJVV.
Opvallend bij die steeds slechter wordende prestaties was, dat de terugval zich vooral voltrok in de thuiswedstrijden. Leverden die wedstrijden in het seizoen 1968/69 nog zestien punten op, in de twee seizoenen daarna werden thuis slechts resp. zes en drie punten geïncasseerd. Een gevolg van de mate waarin de ploeg nog gesteund werd door het eigen publiek?
Buitengewone algemene ledenvergadering
Verontruste leden vonden dat er iets moest gebeuren. Vooral omdat volgens hen de ploeg niet vechtend ten onder was gegaan. Als voorbeeld voor die stelling moge dienen, dat de trainingen van Barneveld meermalen nog slechts door drie man bezocht werden en dat de keren dat er meer dan tien spelers trainden op een hand te houden waren. Daarom vroegen zij onder leiding van Jaap Klaassen, Wolter Eenkhoorn en Marten van der Haar Jzn. aan het bestuur een algemene ledenvergadering uit te schrijven, 'teneinde te bereiken, dat de bakens verzet worden en althans een poging gedaan wordt het verloren gegane terrein te herwinnen'.
De vergadering werd uitgeschreven en het werd een zeer constructieve vergadering. Besloten werd o.a. dat in het vervolg elk jaar een voorjaarsvergadering gehouden zou worden, waarop dan het voetbaltechnische gedeelte aan de orde zou komen. Op die manier kon dan vanaf de eerste oefenwedstrijd tot en met de nieuwe kompetitie één lijn in de technische begeleiding getrokken worden.
Uittocht
Ondanks alle begrip en goede wil volgde er wel een uittocht van kader; een uittocht die eigenlijk al ingezet was aan het einde van het voorgaande seizoen. Toen hadden H. Klaver, K. de Lange en B. Hoekman zich al teruggetrokken en op de ledenvergadering van 21 augustus 1971 volgden Jan van Dalfsen, Jan Fuite en Aart Visscher hun voorbeeld.
Trainer Barneveld had ondertussen zijn ontslag ingediend. 'Sportclub Genemuiden kan zijn geld beter aan andere dingen uitgeven dan aan een trainer. Geld daar aan besteed is weggegooid geld gezien de geringe trainingsopkomst.'
Wel werd door het bestuur naarstig naar een opvolger voor de heer Barneveld gezocht, maar een voor een vielen enkele kandidaten af. De geringe financiële armslag had hier alles mee te maken.
Eind van het liedje was, dat Henk van Dalfzen de training ging leiden. De oud-eerste elftalspeler maakte zich de twee jaar dat hij dat deed overigens volledig waar.
Jubileum
Tussen al deze zaken door was ondertussen het 40-jarig bestaan gevierd. De festiviteiten werden geopend met een receptie in bar De Nachtweg. De verschillende sprekers, waaronder de voorzitter van de VZC (Vereniging van Zaterdag Clubs), konden alleen maar memoreren aan het grote verleden van Sportclub Genemuiden en de vereniging succes toewensen bij de pogingen de weg terug in te slaan.
Meest optimistische spreker was ongetwijfeld voorzitter Beens die zei onvoorwaardelijk te geloven in handhaving in de tweede klasse. Bovendien wees hij op de kwaliteiten van het A-team, dat tal van veelbelovende jongeren bevatte.
Leuke bijzonderheid in de zaken rondom het jubileum was, dat Sportclub de dag volgende op deze receptie haar enige overwinning van dat seizoen behaalde ( 3-1 winst op CJVV).
In eigen kring werd het 40-jarig bestaan gevierd met een feestavond voor de leden tot zestien jaar en zo'n avond voor de senioren. Beide avonden waren een groot succes. Betere begeleiding junioren
Bij alles wat er in de zestiger jaren niet gelukt was, moet niet vergeten worden, dat de
begeleiding van de jeugd veel volwassener geworden was.
Het pionierswerk van onder andere Berend Herssenberg had geleid tot een een jeugdafdeling die in 1971/72 zelfstandig zeven elftallen runde.
Elke uitbreiding van het aantal elftallen werd iedere keer weer opgevangen; telkens weer verliepen toernooien georganiseerd door de jeugdcommissies gladjes en elke keer weer kon men een groot aantal jeugdleden mee laten doen aan een jeugdkamp. Ook was men er in geslaagd enkele oud-voetballers voor langere tijd te betrekken bij de training van welpen, pupillen en junioren: Willem Terink en Dick Driessen trainden drie jaar lang de pupillen, Henk van Dalfzen net zo lang resp. B en A, Arend Driessen ruim twee jaar het A-team. Daarnaast fungeerden als trainer Jan Bonthuis, Johannes Visscher en natuurlijk Berend Herssenberg.
Door al deze bemoeienissen bleven kampioenschappen natuurlijk niet uit. Vooral de lichting van Jan Verhoek, Bep Visscher, Jan van den Berg, Henk Bakker en anderen grossierden in titels: respektievelijk bij de pupillen, bij de C-jeugd en bij de B's, terwijl dit team bij de A's er in slaagde de sprong naar de hoofdklasse te maken.
Subtopper
Henk van Dalfzen, begeleid door een uit vier man bestaande T.C., kreeg als opdracht mee te zorgen voor handhaving in de derde klasse. Vooral het eerste seizoen, het seizoen 1971/72, lukte dat moeiteloos en zelfs kon enige tijd hoop op een kampioenschap gekoesterd worden, ook al omdat de concurrentie veel punten verspeelde. N a achttien wedstrijden had men 21 punten verzameld en was de achterstand op leider Bennekom niet meer dan twee punten.
In de slotfase van de kompetitie konden de groen-witten echter geen vuist meer maken en verder dan de vierde plaats kwam men dan ook niet.
In het tweede seizoen van zijn trainerschap kreeg Van Dalfzen de beschikking over enkele jonge spelers. Deze spelers, onder andere Jan Verhoek en Henk Bakker, kregen een plaatsje in de hoofdmacht van de groen-witten, maar de resultaten van Sportclub 1 waren zo teleurstellend, dat snel weer op oudere krachten werd terug gegrepen. De dreiging van degradatie werd bezworen, maar er zat nauwelijks een middenmootpositie voor de groen-witten in.
Aan het eind van het seizoen 1972/73 trok Henk van Dalfzen, die zichzelf alleen maar als interim-trainer had gezien, zich als trainer van Sportclubs selectie terug en nam de A-junioren weer onder zijn hoede.
Nieuw bloed
In diezelfde tijd vond de aflossing van de wacht plaats voor wat betreft de redactie van Sportclub Nieuws. Van het drietal dat zeven jaar daarvoor het clubblad weer tot leven gebracht had, zat toen alleen Wolter Eenkhoorn nog. Wolter had in die periode achtereenvolgens Willem Terink en Jaap Klasen uit het team zien stappen, maar had als nieuwkomers kunnen begroeten Harmke van Rees-Altena, Ina Fuite, Aart Visscher en Willem Kiers.
Willem Kiers vormde de schakel tussen het oude en het nieuwe team; een team dat volledig bestond uit voetballende leden: Willem Kiers, Albert Kok, 1 os van der Haar, Jan van der Haar enJos van Dijk.
Beide laatstgenoemden leerden zich kennen als echte 'money-makers'. Ze wisten het door Aart Visscher al op behoorlijk peil gebrachte aantal adverteerders ( 47 in getal) nog spectaculair te verhogen.
Samen met 1 os van der Haar wisten ze verder een honderdtal nieuwe abonnees te werven, daarmee het aantallezers op zo'n 300 brengend.
De redactie verloochende haar voetballer-zijn niet. Zij keek in de eerste plaats naar wat er door de voetballers gepresteerd werd, naar de opofferingen, die de spelers zich moesten getroosten. 'Kritiek hoor je overal, zelfs van mensen die in geen jaren op het voetbalveld geweest zijn. Laten wij onze waardering uitspreken'.
Onder dit motto werd de rubriek 'Strijd om' een van de vaste rubrieken. Deze rubriek leverde zes keer een voetballer van het seizoen op (resp. Piet van Dijk Czn., Jan van der Haar, Jan Verhoek, weer Jan Verhoek, Joop van Dijk en Piet van Dijk) en zeven keer een topscorer van het seizoen, achtereenvolgens Gerrit van Someren, Henk Post, Helmich Visscher, Hendrik Jan van Dijk, Henk Winters, Karst Kolk en Piet van Dijk Czn.
De verbondenheid, die deze redactie door het lidmaatschap van Willem Kiers en 1 os van der Haar met het bestuur had, werd na vier jaar gecontinueerd door het redactieschap van penningmeester Potters. Hij slaagde er verder in voor afvallers steeds ande re vrijwilligers te krijgen, zodat Sportclub Nieuws nu al weer veertien jaar lang onafgebroken ongeveer maandelijks verschijnt.
Nu telt het blad meer dan 440 lezers, waarvan zo'n 100 adverteerders. De laatste hand aan die stand is vooral gelegd door Adrie Potters en Hendrik jan van den Berg. Wat langer zittende redactieleden zijn (waren) Gert van Rees, Annemieke jansen-van Dalfsen, Bart van Steen, Reinier van de Pol en Peter van Dalfsen.
Evenementen
Vanaf 1974 was drie jaar lang een nevenfunctie van de redactie het organiseren van een grote feestavond 'voor en door de leden'.
Op deze avonden werden de voetballer van het seizoen en de topscorer gekroond en waren er altijd bloemen voor de spelers die zeer trouw getraind hadden. Na dit officiële gedeelte toonden de elftallen wat ze op de 'Bühne' vermochten, waarna tenslotte de beentjes van de vloer gingen.
Helaas werden de feestavonden hoe langer hoe minder groot en in 1976 werd er een punt achter gezet.
Andere evenementen werden door het bestuur op touw gezet. Zo vond er vier jaar lang, van 1973 tot en met 1976, een uitwisseling plaats met een Duitse amateur voetbalvereniging, TSC Ahlten. Beurtelings kwamen bestuursleden en voetballers van beide verengingen bij elkaar op bezoek.
Vermeldenswaard zijn ook de twee 'familiedagen' die in de laatste jaren georganiseerd zijn. In 1976 werden alle seniorleden van Sportclub opgeroepen voor een zeskamp, een gebeuren dat veel volledige gezinnen naar het voetbalveld lokte.
De tweede dag vond plaats in het kader van het 50-jarig jubileum. Op 10 mei 1980 werden alle spelers van Sportclub op een hoop gegooid en vervolgens over acht elftallen verdeeld. Door deze teams werd vervolgens recreatie voetbal van het eerste soort afgeleverd.
Traditioneel is vanaf 1975 het aan het eind van de kompetitie georganiseerde A toernooi. Organisator Potters is er vijf keer in geslaagd een zeer aantrekkelijk deelnemersveld naar Genemuiden te halen,vaak met teams die in de geselecteerde jeugdklasse uitkwamen. Eén keer, in 1975, leverde Sportclub A een winnende prestatie.
Doel van deze evenementen ~as vooral het kweken van saamhorigheid binnen de vereniging en binnen de verschillende elftalgroepen. Veel elftalgroepen organiseerden ook hun eigen avondjes.
Belangrijke bijkomstigheid was, dat de kantine op sommige van deze gezelligheidsdagen optimaal draaide.
Damesafdeling
Op 23 oktober 1971,41 jaar en een dag na haar oprichting, ging Sportclub Genemuiden officieel van start met een damesafdeling.
Deze afdeling kreeg een eigen dagelijks bestuur met een zekere zelfstandigheid. Wat betreft de prestaties op de groene mat, in de eerste maanden werden uitsluitend vriendschappelijke wedstrijden gespeeld. De eerste van die serie op 4 december 1971 tegen Blokzijl eindigde met een 3-3 stand, de tweede tegen Olympia werd met 3-0 verloren.
Lang heeft het avontuur niet geduurd. Tweeëneenhalf jaar later -de dames hadden slechts één kompetitie afgemaakt -hield de damesafdeling op te bestaan door gebrek aan speelsters. In die korte tijd had men wel twee trainers 'versleten', te weten jaap van Dijk en Dick Driessen.
De enige die het voetballen niet voor gezien hield was uitblinkster Marietje Meuleman -een andere vedette was jopie van Dorsten -die, na enkele jaren in verband met een 'damesblessure' op non-actief te zijn geweest, (zeer succesvol) lid van Be-Quick Zwolle werd.